Bewijs in strafzaken

18 november 2020

De afgelopen twee maanden waren de blikken van de Nederlandse misdaadjournalistiek op Maastricht gericht. Hier vond deze week de rechtszaak tegen Jos B. plaats. Hij wordt verdacht van het seksueel misbruiken van en de moord op Nicky Verstappen. Aanstaande vrijdag doet de rechtbank uitspraak in deze ‘cold case’ zaak.

De zaak Nicky Verstappen
De 11-jarige Nicky Verstappen verdween op 10 augustus 1998 op de Brunssummerheide, waar hij op jeugdkamp was. Een dag later werd het lichaam van hem op ruim een kilometer van het kamp gevonden. Op basis van de omstandigheden waaronder het lichaam werd aangetroffen, werd  er vrij snel aangenomen dat er sprake was van een misdrijf.

DNA-verwantschapsonderzoek
In januari 2018 maakten politie en justitie bekend dat zij in de zaak van Nicky een DNA-verwantschapsonderzoek zouden gaan uitvoeren. Dat een dergelijk onderzoek voor een oplossing van moordzaken kan zorgen , bleek in 2012. Aan het einde van dat jaar kwam er na 22 jaar op basis van een DNA-verwantschapsonderzoek een doorbraak in de moordzaak van de 16-jarige Marianne Vaatstra uit het Friese Zwaagwesteinde www.nos.nl. Voor het onderzoek in de zaak Verstappen werden 21.500 mannen die woonachtig waren – of dat in 1998 waren – in de omgeving van de plek waar destijds het lichaam van Nicky gevonden werd.

Uit het onderzoek kwam B. als verdachte naar voren (www.trouw.nl). B. kwam zelf niet opdagen, maar via verre verwanten kwamen politie en justitie toch bij B. terecht. De vraag die tijdens de rechtszaak speelt is: in hoeverre is het DNA wat destijds op het lichaam van Nicky is gevonden voldoende bewijs om tot een veroordeling te komen?

Algemene bewijsregels
Eerst gaan we in op de algemene bewijsregels. Om in Nederland tot een bewezenverklaring te komen moet er sprake zijn van wettig en overtuigend bewijs. Wat onder wettig bewijs wordt verstaan, staan in de artikelen 338-344a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Wettige bewijsmiddelen zijn onder anderen eigen waarneming van de rechter, verklaringen van de verdachte en verklaringen van een getuige/deskundigen. Ook camerabeelden en schriftelijke stukken zoals een proces-verbaal van de politie kan als bewijs dienen. Daarnaast kennen wij in Nederland een bewijsminimum. Dit houdt in dat een bewezenverklaring minimaal op twee bewijsmiddelen gebaseerd moet zijn.

De betrouwbaarheid van DNA
In de zaak van Nicky Verstappen is er DNA van B. op de kleding van Nicky aangetroffen. De advocaat van B. stelt dat het een gevaarlijke conclusie is om alleen uit het DNA te concluderen dat B. de dader is. Een eerder voorval uit 2008 geeft dit goed weer: een echtpaar uit Bloemendaal sliep toen op 28 april 2008 twee gemaskerde en gewapende mannen de slaapkamer binnen kwamen. Ze bonden de man en vrouw vast op het bed en roofden de villa leeg. De politie leek snel beet te hebben: op een touw zat het DNA van de bekende crimineel Remond P. Echter, al gauw bleek dat P. een ijzersterk alibi had: ten tijde van de overval zat hij al weken in de gevangenis voor een andere zaak. Het is nog steeds een raadsel hoe zijn DNA op dat touw is gekomen.

Deze situatie laat ons zien dat men voorzichtig om moet gaan met DNA in het kader van bewijsvoering en niet te snel conclusies moet trekken.  De vraag is nu of het Openbaar Ministerie (OM) voldoende bewijs heeft om de stelling te ondersteunen dat B. de moordenaar van Nicky is.

De zaak van Nicky Verstappen heeft in heel Nederland veel stof doen opwaaien. Na 22 jaar is er eindelijk een rechtszaak. Het is echter nog maar de vraag of de rechtbank het OM volgt in haar stellige overtuiging dat B. de dader is. De tijd zal het leren.

Meer blogs over
juridisch