17 oktober 2019 | Juridisch

Het bestrijden van tabak en elke andere vorm van roken gebeurt al jaren. Omlijnde vakken waarin gerookt mag worden zijn tegenwoordig eerder regel dan uitzondering. De Hoge Raad heeft hier vorige maand middels zijn uitspraak een schepje bovenop gedaan. In deze blog zal die uitspraak uitgebreid aan bod komen.

Partijen

Het betreffende rechtsgeding vormde een strijd tussen de Club Actieve Nietrokers (verder: CAN) en de Staat der Nederlanden. De CAN is het oneens met het feit dat er voor rookruimtes een uitzondering wordt gemaakt op het rookverbod. De CAN wilde een rechterlijke verklaring dat rookruimtes inderdaad niet onder het verbod mogen vallen. Volgens de CAN is de gemaakte uitzondering in strijd met hoger recht, namelijk artikel 8 tweede lid WHO-Kaderverdrag

De Staat stelde in hoger beroep dat de uitzondering van de rookruimtes een overgangsmaatregel vormt en tevens dat het genoemde artikel 8 geleidelijk mag worden ingevoerd aangezien er geen harde termijnen in staan genoemd. 

Hoger beroep

Het gerechtshof volgde de stelling van de Staat niet. Volgens het hof heeft de Staat niet voldoende duidelijk kunnen maken dat er sprake is van een overgangsmaatregel. De Staat noemt geen termijnen waarbinnen rookruimtes zouden moeten verdwijnen en het afwachten van andere maatregelen om zo tot een rookvrije samenleving te komen valt niet als een overgangsmaatregel in de zin van WHO-Kaderverdrag te kwalificeren. 

Hoge Raad

De Hoge Raad maakte in zijn arrest duidelijk dat alle horeca-instellingen onder de term ‘indoor public places’ vallen en daarmee onder de directe werking van artikel 8 vallen. Een uitzondering op de bepaling is daarmee onmogelijk. De hoogste rechter gaat vervolgens in op de vraag op de stelling dat de staat onvoldoende tijd zou zijn gegund om aan artikel 8 te voldoen, met welke stelling korte metten wordt gemaakt.

‘’Het oordeel van het hof in rov. 2.6 dat de Staat een redelijke tijd, zoals hier bedoeld, reeds heeft gehad, nu het verdrag voor Nederland al in werking is getreden in 2005, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, mede gelet op het door het hof vastgestelde en door het middel niet bestreden feit dat de Staat geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd waarom in dit geval een langere termijn nodig zou zijn voor de nakoming van de onderhavige verdragsverplichting.’’

De uitspraak betekent dat de uitzondering op het rookverbod (voor rookruimtes) definitief ongeldig is en rookruimtes tot de verleden tijd gaan behoren. De termijn waarbinnen dat gebeurt staat nog niet vast. Staatssecretaris Blokhuis wil eerst - midden oktober - met alle partijen om tafel om daarbij tot een redelijk termijn te komen.

Horecahouders maken zich zorgen en wijzen onder meer op de gedane investeringen voor het ter beschikking stellen van rookruimtes. Het is de vraag hoe daar in Den Haag over wordt gedacht, komt er bijvoorbeeld een compensatie ten aanzien van deze investeringen? Duidelijk is dat de rookruimtes an sich snel zullen verdwijnen.

Ik help u verder!
marc@juristenzwolle.nl
Marc Mac Lean
Juridisch specialist
T 06 - 38 36 17 23
  • deskundig
  • persoonlijk
  • regionaal
  • snelle service
  • no-nonsense
XL
LG
MD
SM
XS