Strafproces Geert Wilders

04 september 2020

Vandaag doet het hof uitspraak in de strafzaak van Geert Wilders. Een goede aanleiding om nog eens stil te staan bij  de oorsprong en het verloop van deze zaak.

Kort overzicht

Dit proces vindt zijn oorsprong in een uitspraak die Wilders deed bij de uitslagenavond van zijn partij van de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014. Wilders vroeg in zijn speech aan zijn toehoorders het volgende: ‘Willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen?’, waarop de menigte ‘minder’ scandeerde. Formeel wordt hij verdacht van groepsbelediging, aanzetten tot haat en discriminatie.

Op 18 maart 2016 was de eerste zitting van het strafproces. Na een proces die een aantal maanden heeft geduurd en waar onder anderen een wrakingsverzoek tegen een van de rechters de revue passeerde, deed de rechtbank op 9 december 2016 uitspraak. De rechtbank sprak Wilders vrij van aanzetten tot haat, maar werd schuldig bevonden aan groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie. De rechtbank besloot hem geen verdere straf op te leggen. Zowel Geert Wilders, als het Openbaar Ministerie gingen in hoger beroep.

Het hoger beroep

De inhoudelijke start van het hoger beroep vond plaats op 17 mei 2018. Tijdens deze zitting vroeg Wilders’ advocaat om uitstel omdat men van mening was dat er meer tijd nodig was om aangiftes die tegen Alexander Pechtold van D66 waren ingediend te onderzoeken. Deze aangiftes tegen de voormalige leider van D66 waren gedaan omdat hij had gezegd geen Rus te zijn tegengekomen die zijn eigen fout heeft rechtgezet. Het hof wees het verzoek af, waarop Wilders een wrakingsverzoek indiende. De wrakingskamer besloot dat de wraking gegrond was. Het besluit om het proces niet uit te stellen was dusdanig beperkt onderbouwd dat de wrakingskamer meende dat hiermee de rechters de schijn van vooringenomenheid hadden.

Een ander heet hangijzer tijdens dit proces is de vermeende politieke inmenging van voormalig VVD-minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten en de ambtenaren van zijn ministerie. Uit vertrouwelijke stukken bleek dat hoge ambtenaren van het ministerie zich nadrukkelijk met de vervolging van Wilders hebben bemoeid. Een ander belangrijk punt is dat de vervolging van de PVV-leider is besproken in de ministerraad van 21 maart 2014. Premier Rutte vroeg destijds aan minister Opstelten of de vervolging van Wilders ‘kansrijk’ zou zijn.

Uitspraak

Maar wat gaat het hof vandaag beslissen? Er zijn in principe drie opties. Het hof kan besluiten om de uitspraak van de rechtbank in stand te houden. Zij kan ook besluiten om vanwege de politieke bemoeienis het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Dit is een uitspraak van de rechter waarmee waarmee wordt bedoeld dat het OM niet gerechtigd is/was om de zaak bij de rechter aanhangig te maken. Tot slot kan het hof besluiten om Wilders vrij te spreken.

Wat de uitspraak ook wordt, een ding staat al vast: deze zaak krijgt in ieder geval nog een politiek staartje.

Meer blogs over
juridisch