Bewijslast bij non-conformiteit

19 maart 2021

Wanneer u een overeenkomst sluit voor de koop van een zaak, moet deze zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Er horen geen gebreken aan een zaak te kleven. Maar wat nou als dit wel het geval is, wie moet dan bewijzen dat het product niet aan de overeenkomst heeft voldaan?

 Non-conformiteit

Een geleverd product moet aan de overeenkomst beantwoorden. Het product beantwoordt aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, de eigenschappen bezit die u op grond van de overeenkomst mocht verwachten. U mag van een product verwachten dat zij de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en u hoeft niet te twijfelen of deze eigenschap al dan niet aanwezig is. 

Hoe moet eigenlijk worden bepaald wat u als consument mocht verwachten? In de praktijk is deze vraag tweeledig. Allereerst moet worden nagegaan of de verkoper heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht. Daarnaast is de vraag relevant of u als consument zelf wel voldoende onderzoek hebt gedaan. 

Mededelingsplicht verkoper

Wanneer een verkoper weet of behoort te weten dat het product ongeschikt is voor het normale gebruik of bijzondere gebruik, heeft hij een mededelingsplicht. Als de koper hiervan op de hoogte had moeten zijn, maar dit niet is, is hij tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht. Wanneer de verkoper niet heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht, kan de consument niet worden verweten dat hij te weinig onderzoek heeft gedaan. Dit is ook bepaald door de Hoge Raad.

Onderzoeksplicht consument

De consument mag alleen die eigenschappen verwachten waarvan hij de aanwezigheid niet hoeft te betwijfelen. U kunt hierbij denken aan een goed werkende batterij in een nieuwe telefoon. Wanneer u toch twijfelt als consument, dient u zelf onderzoek te verrichten en de verkoper aan te spreken om relevante vragen te onderwerpen. Hoe ver deze onderzoeksplicht gaat, hangt af van de mededelingen die de verkoper heeft gedaan, de deskundigheid van de consument en de zichtbaarheid van het gebrek. Het onderzoek van de consument zal niet lang mogen duren als hij op gemakkelijke wijze kan (laten) vaststellen of een vermoedelijk gebrek ook werkelijk bestaat. Ook dit is bepaald door de Hoge Raad.

 Bewijslast

De hoofdregel voor de bewijslast is wie stelt moet bewijzen. Dit zou betekenen dat de consument in geval van non-conformiteit van een product twee aspecten zou moeten bewijzen. Ten eerste moet er bewezen worden dat de zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst. Daarnaast moet er ook bewezen worden dat het gebrek al bestond op het moment van aflevering van het product.

Omkering van de bewijslast

Bij een consumentenkoop wordt echter vermoed dat een product niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer het gebrek zich binnen zes maanden na aflevering openbaart. Dit houdt dus een uitzondering in op de hierboven genoemde hoofdregel. Het wordt de consument als het ware gemakkelijker gemaakt om zich te beroepen op non-conformiteit binnen zes maanden na aankoop van het product. De verkoper moet op zijn beurt dan bewijzen dat het product niet gebrekkig was toen het product werd geleverd. Bijvoorbeeld; het product is kapot, omdat u het heeft laten vallen  

Evenwel bestaan er ook uitzonderingen op de omgekeerde bewijslast, dit blijkt uit de zinsnede “… tenzij de aard van de zaak of aard van de afwijking zich daartegen verzet” van artikel 7:18 lid 2 BW. Bij de aard van de zaak is te denken aan bederfelijke waren, zoals eieren of brood. Een termijn van zes maanden is bij dergelijke producten te lang. Bij de aard van de afwijking is te denken aan een broek waar net na aankoop een grote vlek op is gekomen waardoor de broek niet meer kan worden gedragen. Hierbij gaat het bewijsvermoeden niet op. 

Zes maanden na aankoop van het product komt de bewijslast bij de consument te liggen. Hierbij moet de koper aantonen dat het product normaal gebruikt is en dat het een ondeugdelijk product betreft. 

Rechtsgevolgen bij een geslaagd beroep op non-conformiteit

Als er sprake is van non-conformiteit, dan heeft de consument recht op een correcte nakoming. Hierbij is een getrapt stelsel van toepassing. Ten eerste kunt u de verkoper aanspreken tot levering van het ontbrekende. Daarnaast kunt u vorderen dat het product kosteloos wordt hersteld. Ten slotte kunt u vervanging van het afgeleverde product eisen. Bij dit laatste geldt overigens wel dat de afwijking in het product niet van dermate geringe aard mag zijn, dat dit de vervanging niet rechtvaardigt. Dan wel dat het product, na het tijdstip dat de koper redelijkerwijze met ongedaanmaking rekening moet houden, achteruit is gegaan doordat de verkoper niet als een zorgvuldig schuldenaar voor het behoud ervan heeft gezorgd.  

Let op: wanneer er een beroep wordt gedaan op non-conformiteit van een product, dan moet er wel worden voldaan aan de klachtplicht. De kennisgeving moet hierbij binnen bekwame tijd na ontdekking plaatsvinden. De termijn hiervoor bedraagt twee maanden na ontdekking van het gebrek.

Hebt u vragen over de regels omtrent non-conformiteit of de bewijslast bij een non-conform product? Neem dan contact met ons op via info@juristenzwolle.nl of 038-2022738

Meer blogs over
juridisch